't iM a r n e h o e s
Cultureel Centrum Marnegebied Wehe Den Hoorn

home | programma | archief over 't marnehoes | donateurs | nieuwsbrief | route | contact 


Geschiedenis van ’t Marnehoes

’t Marnehoes is een voormalige kerk uit de 13e-eeuw, dat stond in het vroegere Wehe, dorp in NW-Groningen. Wehe (Wiha) betekent “gewijde plaats”. Het dorp is in de Middeleeuwen op een forse rechthoekige wierde ontstaan. In 1966 is Wehe samengevoegd met het naburige Den-Hoorn. De kerk deed tot 1975 dienst als Nederlands-hervormde kerk. De dorpsbewoners van Wehe hebben door de eeuwen heen steeds delen van de kerk moeten restaureren of vervangen. In 1656 is de toren verhoogd, in 1880 is de kerk buitenom gepleisterd, in 1965 opnieuw ingericht en in 1985 is het interieur gerestaureerd. Daarna heet de kerk“ ’t Marnehoes“ , samenstelling van De Marne (voormalig eiland tussen de Hunze, Lauwers en Waddenzee) en “hoes” (huis).
’t Marnehoes valt onder de Stichting Oud Groninger Kerken.

De geschiedenis van de kerk is verbonden met de familie Tjarda van Starkenborgh, een van oorsprong Friese familie. Begin 16e eeuw vestigde een lid van deze familie, Barthold, zich in De Ommelanden. De borg Verhildersum in Leens kwam in 1586 in familiebezit door het huwelijk van zijn kleinzoon Ludolf met Hidde Onsta. De kleinzoon van deze man, ook een Ludolf, was heer en collator van Wehe. Hij gaf in 1656 opdracht voor de verhoging van de toren en reparatie van de kerk. In ‘t Marnehoes hangt nu een wapen van de familie Tjarda van Starkenborgh, gesneden door Casper Struiwig (zie foto). Dat stond eerder als opzetstuk op een herenbank. Onder het koor bevindt zich een grafkelder van de familie met zes grafkisten. De laatste Tjarda van Starkenborgh was van 1829-1839 burgemeester van Leens en woonde op de later afgebroken borg Borgweer.

Ornament boven de huidige hoofdingang:
GTE (God tot eer). Na Gedane Reparatie 
Der Kercke AlHyr is Dese Tooren neiws 
getimmert ende vullentrocken inden Jare Christi 
MDCLVI van de Edele Jr Luidolf Tiarda van
Starkenborgh Hr ende allene collator tot Wehe 
als de eerward Welgelh Eiso Eisocius Pastoer 
ende E. CorNelus Gaichens kerckvoogt waren
en op den 14 april 1656.


 
Nederlands-hervormde kerk van Wehe

 
wapen van de familie Tjarda van Starkenborgh
gemaakt door Caspar Struiwig



Het exterieur

De kerk bestaat uit één beuk en is rechtgesloten van vorm, met een ongelede toren en achtkantige lantaarn, een zware muur met kloosterstenen en met smalle muurdammen, die nog allemaal aanwezig zijn. De eerste inscriptie is van 1553 en bevindt zich in een balk. In 1656 is de toren verhoogd, is er een westelijke ingang gemaakt en zijn de ramen veranderd. De toren heeft een 17e-eeuws uurwerk en had voor 1818 een koepel, die is ingestort en vervangen. Op een gedenksteen in de westgevel staat dat de kerk in 1880 buitenom is gepleisterd. Tijdens een restauratie zijn meerdere deuren gevonden; het is niet meer bekend hoeveel, maar in elk geval een naast de keuken, een aan de zuidkant (de straatkant) en een aan de westkant. De contouren ervan zijn zichtbaar in het pleisterwerk. Bij elk huwelijk van een belangrijk persoon werd een nieuwe deur geplaatst. Aan de oost- en westkant in de kerk bevinden zich “melaatsenramen”. Melaatsen mochten niet in de kerk, maar moesten door zo’n raam naar de preek luisteren. Bij een venster aan de oostkant zit een gootje, waardoor het wijwater naar buiten spoelde. De grafsteen naast de toreningang lag waarschijnlijk eerst naast een melaatsenvenster, gezien de gaten aan de zijkanten. De steen werd ondersteboven als drempel teruggevonden. De priestersteen vertoont kerven, omdat men er stukjes vanaf kraste in de overtuiging, dat deze scherven geluk brachten.


Het interieur

In de zuidwand bevindt zich een epitaaf met marmeren vaas (zie foto) van 1857 ter nagedachtenis aan Jan van Julsingha, veehandelaar, veerman en boer. Hij had veel gezag onder de inwoners van Wehe. Later werd hij assessor (wethouder) in de stad Groningen. Hij was waarnemend burgemeester, toen er in 1831 rellen waren bij de belastinginning en burgemeester Edzard Tjarda van Starkenborgh Stachouwer naar Groningen was gevlucht. Aan de zuidkant van de kerk zijn inkepingen te zien van het altaarblok. Van het interieur uit de 18e eeuw zijn twee banken over (zie foto), het restant van het “kostbaar gestoelte” van de familie Tjarda van Starkenborgh. De ruimte onder de orgeltribune stond in open verbinding met de kerk en ook hier stonden kerkbanken.

 
Monument ter nagedachtenis 
aan Jan van Julsingha
 
Kerkbank uit de noordvleugel

Het orgel werd in 1923 door J. Doornbos gebouwd (zie foto). Het bevat oud pijpwerk en een mechanische blaasbalg. De dispositie (opsomming van registers) is: trompet 8’, octaaf 2’, fluit 4’, octaaf 4’, holpijp 8’, gamba 8’, bourdon 16’ en prestant 8’. In 1985 is besloten het orgel niet te restaureren vanwege de slechte conditie.
Bij de herstelwerkzaamheden in 1965 is de kerk opnieuw ingericht met moderne meubels en materialen. Er zijn gelukkig enkele onderdelen van het meubilair uiit de 18e eeuw, met snijwerk van Casper Struiwig, gespaard gebleven. Men had ooit het wapen van de familie Tjarda van Starkenborgh in drieën gezaagd om het pasklaar te krijgen boven het klankbord van de preekstoel. Bij de restauratie in 1985 zijn de verfresten verwijderd,
de drie zijden aan elkaar geplakt en het wapen gerestaureerd. Tot een paar jaar geleden hebben op de balk boven het podium wapenbordjes gestaan, gemaakt door restauratie-architect Wim Faber. Het zijn de wapens van de personen die op de rouwborden stonden, die ooit in de kerk hingen. De wapenbordjes zijn weggehaald, omdat ze het zicht op de in 1985 aangebrachte plafondschildering van Wout Muller en Matthijs Röling belemmerden (zie hieronder).
De schilder die bij de restauratie in 1985 betrokken was, heeft alle pilaren gemarmerd, de uitgangsdeuren van een houtnerf voorzien en het schild boven de zij-ingang gerestaureerd. De preekstoel is gereconstrueerd uit bewaard gebleven panelen. Op de foto’s is het interieur van vóór de herinrichting van 1965 en die van na de restauratie van 1985 te zien.

De beschildering van het plafond.

Tijdens een kerkdienst aan het eind van de 19e eeuw kwam een deel van het gewelfde plafond naar beneden, waarna men een gekoofd plafond heeft gemaakt. Aan de beschildering van het plafond door Wout Muller en Matthijs Röling in 1985 is een verhaal verbonden: Wout en Matthijs kwamen rond 1984 vaak in een kunstenaarssociëteit in
Den-Hoorn. Op een avond is het plan ontstaan om het plafond te beschilderen.
De vertekening van het aan drie zijden ronde plafond bood de kans de hemel uit te beelden.



 
Orgel van J. Doornbos (niet meer in gebruik) 

 
Interieur van voor de herinrichting in 1965 
 
Interieur van na de restauratie in 1985

Het interieur na de restauratie in 1985 

Middenin de kerk lijkt het of de geschilderde bomen de hemel in rijzen. De vertekening blijkt als je op het podium staat en naar boven kijkt; De Stichting Oude Groninger Kerken vroeg een voorontwerp van de beschildering, maar zo wilden de kunstenaars niet te werk gaan. Op de zondagavond voordat de steigers van de restauratie zouden worden afgebroken, zijn Wout en Matthijs met de voorzitter van de Stichting naar de woning van de familie van Groeningen in Eelde gegaan. Het zien van de beschilderingen, die zij in dat huis hadden aangebracht, gaf de doorslag. Een lamp op de grond gaf een schaduw van de steigerbuizen op het plafond en zo konden de kunstenaars het perspectief overbrengen. De opdracht werd uitgevoerd binnen de 14 dagen die de kunstenaars voor de beschildering werden gegund.

Ze hebben het plafond beschilderd met onder meer een stier, een koe, een schildpad, een balustrade, palmbomen en kinderkopjes (zie foto’s). De dieren staan in verband met het Hindoeïsme, waarin verteld wordt dat “de god Vischnu zich in drie schreden van de aarde naar de hoogste sfeer verheft, waar de glanzende sterren als gehoornde stieren wandelen”. Vischnu is van oorsprong een zonnegod; de schildpad is de tweede avatara (incarnatie) van deze god, en dient als beeld van kracht. Matthijs Röling vertelt dat de kunstenaars met de schildpad, als symbool van de drager van de wereld, “iets heiligs” wilden toevoegen aan de kerk. De stier aan de ene kant van het plafond en de koe aan de andere kant kunnen verwijzen naar het gebruik dat mannen en vrouwen vroeger links en rechts, apart van elkaar, in de kerk zaten. De hoeken van de schildering zijn van de hand van Matthijs Röling; de stier, de koe en de schildpad van Wout Muller. De beschildering is tijdens de vervaardiging nog aangepast, zowel wat betreft de stijl, als de allegorische voorstelling. De blauwe achtergrondkleur is door de kunstenaars ook gebruikt in de aula van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.

 
Details van de beschilderingen
 
Details van de beschilderingen 
 




 
Details van de beschilderingen door Wout Muller en Matthijs Rölling


Functie en gebruik

Sinds de restauratie van 1985 fungeert ’t Marnehoes als cultureel centrum voor de regio Noordwest Groningen. Waar eerder zich de preekstoel bevond is een toneel geplaatst. Het interieur is aangevuld met stoelen, tafels, belichting- en geluidsapparatuur, een piano, centrale verwarming en een eenvoudige keuken. In ‘t Marnehoes worden toneel- en cabaretvoorstellingen en concerten georganiseerd, Het fungeert als oefenpodium voor toneellessen en er vinden trouwerijen, personeels- en familiefeesten plaats, en incidenteel een begrafenisceremonie. De akoestiek wordt vaak door de gebruikers geprezen. De sfeer in ’t Marnehoes wordt nog steeds in hoge mate bepaald door het oorspronkelijke kerkje met zijn monumenten, vensters en bijzondere lichtinval.

Bijgewerkt: mei 2009.